“We huurden een gemeubileerde woning aan het Merwedeplein in Amsterdam. Het was heerlijk om weer een eigen huis te hebben. Mutti en Vati raakten al gauw bevriend met andere joodse bewoners aan het plein. Er heerste een gevoel van kameraadschap tussen hen. 
Moeder, Eva en Heinz. Merwedeplein Amsterdam, 1940.
We woonden tegenover de familie Frank, bij wie ik graag kwam. Vader Frank was heel aardig. Hij sprak altijd Duits met me, omdat ik het Nederlands nog niet goed begreep.
Tot onze verbijstering vielen de nazi's op 10 mei 1940 Nederland binnen."
Vader en moeder, Zandvoort 1940. Klik voor vergroting. 
Moeder, Eva en Heinz, Zandvoort 1940. 
Eva (links) en Heinz, 1939. Klik op foto voor vergroting.
''We hebben nog geprobeerd naar Engeland te vluchten, maar we waren te laat. Het leven werd steeds moeilijker voor ons. Joden mochten niet meer naar de bioscoop, het concert of theater; we mochten niet meer met de bus of tram. Vati mocht niet meer naar de schoenenfabriek in Brabant reizen.
Op een avond waarschuwde Vati ons dat we misschien moesten onderduiken. De gedachte dat ik van Heinz gescheiden zou kunnen worden kon ik niet aan. Ik was dol op hem en wilde bij hem blijven. Ik wilde dat alles bleef zoals het was.”

Heinz, mei 1942. Laatste foto voor de onderduik. 
Eva met haar parkiet, mei 1942. Laatste foto voor de onderduik.
“Op 6 juli 1942 bracht de post een oproep voor Heinz; binnen drie dagen moest hij zich melden om te werken in Duitsland. Mutti was ten einde raad. Vati vond het nu tijd om te verdwijnen. Binnen een dag werd alles georganiseerd met hulp van het verzet: er was een adres voor Vati en Heinz en een adres voor Mutti en mij.
Het afscheid was vreselijk. Ik wilde bij Heinz en Vati blijven. Maar dat kon niet.”